Of u een kleur nu wel of niet mooi vindt, is vaak persoonlijk. Toch is er in zijn algemeenheid wel iets over de verschillende kleuren te zeggen.
Geel is de helderste primaire kleur. Het komt het dichtst bij het zonlicht, zoals wij dat dagelijks zien. Geel is ook een vermoeiende kleur. Te veel geel maakt ruimtes kleiner.
Rood is de meest agressieve en dominante kleur in het hele kleurenspectrum. Het is de kleur van bloed, uitdagend en vitaal. Het refereert aan daadkracht, macht, gevaar en seksualiteit. Het komt vaak ook wat onrustig over. U weet hoe een rode lap uitwerkt op een stier.
Oranje laat zich overigens geraffineerd combineren met rood. Oranje werkt stimulerend, maar is ook erg overheersend. Oranje wordt wel gezien als de kleur van genezing en vitaliteit.
Paars, menging van rood en blauw, stimuleert de hersenactiviteit. Het is een wat voorname kleur. De geestelijkheid is een grootgebruiker van paars. Denkt u bijvoorbeeld aan Pasen. In grotere ruimten heeft paars iets waardigs, in kleinere ruimten werkt het te overdonderend.
Bruin, deze kleur, menging van groen en rood, komt veel in de natuur voor. Het is vooral een rustgevende kleur, die zich prima laat combineren met een warmere kleur. Vooral in de jaren zeventig van de vorige eeuw werd bruin bijna overal in huis toegepast, tot vervelends toe. Bruine badkuipen en sanitair. In sommige oude huizen komt u het nog wel eens tegen.
Blauw is de kleur van een onbewolke hemel. Mooi, rustgevend, maar wat koel.
Groen is eveneens de kleur van de natuur. Het heeft het tegenovergestelde effect van rood. Het is rustgevend en kalmerend